Sint bezoekt Utrecht e.o. Zie de maan schijnt door de bomen, makkers staakt u wild geraas! ‘t Heerlijk avondje is gekomen, ‘t avondje van Sint Niklaas. Vol verwachting klopt ons hart wie de koek krijgt, wie de gard, vol verwachting klopt ons hart wie de koek krijgt, wie de gard. Daar wordt aan de deur geklopt, zacht geklopt, hard geklopt. Daar wordt aan de deur geklopt : “Wie zou dat zijn? Wees maar gerust mijn kind ik ben de goede vrind. Want al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed”. Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje al aan, Hij brengt ons Sint Niklaas, ik zie hem al staan. Hoe huppelt zijn paardje, het dek op en neer. Hoe waaien de wimpels al heen en al weer.